Over vrijheid, veiligheid en blijven
Vanmorgen kwam er in mijn meditatie een paard naar voren. Als krachtdier. Een paard is gevoelig en waakzaam. Het kan leiden, maar trekt zich ook terug wanneer dat nodig is. Het kan vluchten en het kan schoppen. Het kan vurig zijn en tegelijk de kudde in de gaten houden. Dat spanningsveld herken ik.
Afgelopen weekend sliep ik in het huis van een vriendin. Haar huis is open. De deuren zijn niet op slot. Dat geeft een enorm gevoel van vrijheid. Overdag voelde dat ook zo. Ruimte. Vertrouwen. Alsof het niet eens nodig is om iets dicht te doen.
Maar ’s nachts merkte ik dat ik licht sliep. Mijn systeem bleef alert. Niet omdat er concreet gevaar was, maar omdat mijn lijf blijkbaar iets anders nodig heeft om zich echt veilig te voelen. En daar begon het thema van dat weekend al: aan de ene kant het verlangen naar vrijheid, aan de andere kant de behoefte aan veiligheid.
Zondag hielp ik met het begeleiden van een ademcirkel en daarna was er een ecstatic dance. Ik wilde daar al langer aan meedoen, maar ik vind het spannend om andere mensen zo vrij te zien bewegen, terwijl ik weet dat ik die vrijheid in mijn eigen lijf niet altijd voel.
Ik bleef aan de rand van de zaal. De hele tijd eigenlijk. Ik heb wel gedanst, maar met mijn ogen dicht, omdat ik zo bij mezelf kon blijven. Zodra ik mijn ogen opende, ging mijn aandacht naar de anderen. Naar hoe soepel zij bewogen. Als jonge hinders bewogen ze zich over de dansvloer. Soepel. Vurig. En ik voelde me een bang hertje dat in de koplampen staart.
Tot de muziek zachter werd. Er kwam een piano. Speels, maar ook kwetsbaar. En daar gebeurde het. Ik ging zitten. Eerst slikte ik de tranen nog weg, maar het lukte niet echt. Ik zag mensen met elkaar spelen op de dansvloer en ik voelde zó sterk het verlangen om dat ook te kunnen. Gewoon vrij bewegen. Zonder dat er iets van me verwacht wordt. Zonder dat ik eerst moet checken of het wel oké is.
En onder dat verlangen lag meteen iets ouds. Het schoolplein. Aan de rand staan. Wel mee willen doen, maar voelen dat daar altijd iets tegenover moest staan. Dat je iets moest inleveren. Je moest aanpassen. Je moest jezelf inhouden om erbij te mogen horen. Vrijheid had voorwaarden.
En tegelijk voelde ik ook dat andere kind in mij. Dat kind dat rolschaatsend van de oprit naar beneden ging en op het laatste moment rondjes draaide om niet in de sloot te belanden. Dat kind dat in bomen klom, hutten bouwde, zo hoog mogelijk schommelde en op het hoogste punt losliet om even het gevoel te hebben dat ze kon vliegen. Dat kind was er ook. Vurig. Onbevangen. Levend.
Maar dat kind werd ook getemperd. Het was te veel. Te wild. Te vrij. Dus leerde ik mezelf kleiner te maken. Op school hield ik me in. Thuis kwam die energie er soms juist explosief uit, alsof alle ingehouden beweging ergens heen moest.
Langzaam ben ik veiligheid gaan verwarren met aanpassen. Met kleiner worden. Met mijn vrije beweging inperken om afwijzing te voorkomen.
En zondag hoefde dat niet.
Ik stond daar, aan de rand van de zaal, dansend met mijn ogen dicht. Niet minderwaardig. Niet fout. Maar ook niet zo vrij als ik het bij de anderen zag. En daar waren de oordelen. Je bent niet soepel. Je bent niet vrij genoeg. Waarom kun je je niet gewoon overgeven?
Ik ben daar niet van weggegaan.
Ik bleef bij het oordeel. Bij het verdriet. Bij het verlangen. Ik hoefde niet vrijer te worden op dat moment. Ik hoefde niet harder te dansen. Ik hoefde alleen niet te verdwijnen.
Wat ik het komende jaar echt wil leren, is vriendjes worden met mijn lichaam. Niet wachten tot het soepeler is. Niet wachten tot het mooier beweegt. Maar nu. Met dit lijf. Dat misschien niet zo lenig is. Niet zo gracieus. Maar wel het lijf waarmee ik leef.
Vrijheid zit voor mij niet in groter worden, maar in mogen zijn wie ik ben.
Innerlijke autoriteit zat hem die middag niet in vrijer dansen, maar in blijven. En toen ik bleef, voelde ik iets verschuiven. Niet groots. Maar echt.
En eigenlijk is dat ook waar I AM voor mij over gaat.
Niet over jezelf dwingen om vrijer te worden of oude stukken weg te werken, maar over leren aanwezig te blijven bij wat er in je leeft. Bij het oordeel. Bij het verdriet. Bij het verlangen. Zonder jezelf steeds te corrigeren of kleiner te maken.
Zodat vrijheid niet iets wordt wat je moet bereiken, maar iets wat ontstaat wanneer je jezelf niet meer temt.
Dat is voor mij innerlijke autoriteit.
Als je dit leest en merkt dat het je raakt, dat je jezelf herkent in het blijven aan de rand, in het verlangen naar vrijheid en tegelijk het jezelf inhouden, dan nodig ik je uit om een kennismakingsgesprek te plannen.
In dat gesprek kijken we samen of I AM op dit moment passend is voor jou. Niet iedereen is gebaat bij dit traject, en ik vind het belangrijk dat het klopt, voor jou én voor mij.
Voel je dat dit over jou gaat, dan ben je welkom.